Tuesday, May 31, 2005

 

De Onderduiker

________________________
Razzia's
In het laatste kwartaal van 1944 ging de Duitse Wehrmacht over tot grootschalige
razzia's op jongens en mannen van 17 tot 50 jaar.
23 Oktober was Hilversum en 24 oktober waren Bussum en Naarden hun doelwit.
Vooral in de Vesting Naarden zat iedereen in de val. Het scheelde maar weinig
of mijn vader was, ondanks zijn 53-jarige leeftijd, meegenomen. Dankzij
‘onmisbaarheid in verband met de voedselvoorziening' kwam hij vrij. Degenen,
die toen zijn meegevoerd kunnen deze mensenjacht beter beschrijven.
Nadat het Duitse leger deze 'acties' beproefd had in kleinere en middelgrote
steden, was Rotterdam aan de beurt. Hier werden, op vrijdag 10 en zaterdag 11
november, bij een grootscheepse razzia 50.000 mannen vastgenomen. Een groot
deel van hen werd nog dezelfde dag afgevoerd, te voet, per schip of per trein.

Treintransport
Bij de treintransporten werden mannen in goederen- en veewagens gepropt.
Zwaar bewaakt vertrok de trein met de hongerende en dorstige 'passagiers' in
overvolle smerige wagons. De langdurige reis, gevolg van de heersende
wantoestanden en omwegen, werd soms onderbroken. De plaatselijke
bevolking maakte daarvan gebruik om voedsel en drinken te brengen. In
Hilversum konden op die manier 600 mannen met behulp van de omwonenden
ontsnappen. Hoe zo'n treinreis verliep beschrijft é é n van de mannen aldus:
‘K. was Zaterdag 11 November uit Rotterdam vertrokken en kreeg 's Zondags
van de bevolking in Naarden-Bussum eten en drinken. Dezelfde dag reden de
mannen van zijn trein verder. Ze kregen niet eerder dan Dinsdag 14 November
in Hagen (Dld.) een beker koffie en een bordje soep. (grauw water) De volgende dag, eveneens te Hagen, werd nogmaals een bord soep verstrekt. Op de verdere tocht kreeg men niet eerder dan op 17 November 's avonds in Neurenberg 2
broodjes (kuch) voor 3 man‘.

De Rotterdammers plaatsten de onderstaande advertentie in de Naarder Courant.
____________________________________________________
12 Nov. 1944
Hartelijk dank aan de Naarden-Bussummers
voor de vele goede en groote gaven aan de Rotterdammers
Wagon No. 58881.
__________________________________________________________

Hieronder volgt het relaas over zo’ Rotterdammer, met als eindbestemming van
zijn reis Naarden-Bussum.

Ontsnapping te Naarden-Bussum
Bovengenoemde trein met Rotterdammers stopt in Naarden, achter de Juliana
van Stolberglaan. Mensen uit Bussum en Naarden snellen toe om te helpen.
Ook mij achttienjarige zus Corrie is aanwezig. Uit de trein kwam een grote groep
mannen, begeleid door zwaar bewapende Duitsers. De troep, die langs sjokt,
blijkt op weg te zijn naar het Majellaziekenhuis. Ze hebben zich ziek gemeld.
Een kans om afgekeurd te worden maken ze niet bij de wehrmachtartsen. Veel
vrouwen lopen met de droeve stoet mee. Een jongen van achttien jaar klampt
mijn zus aan. Hij fluistert haar toe dat hij niets mankeert. Daarna gaat alles snel
in z'n werk. Een wildvreemde mevrouw staat spontaan aan Corrie haar fiets af.
(in de hongerwinter een noodzakelijk en onontbeerlijk vervoermiddel) Ze neemt
zelf de koffer met kleren van de jongen over, zodat hij minder in de gaten loopt.
Onopvallend springt de jongen achterop de fiets. Corrie rijdt met hem naar
Vesting Naarden. Een kwartier later stapt een verkleumde jongeman
onaangekondigd onze boerderij binnen. Hij stelt zich voor als Jaap van Dijk en
hij is welkom. Eerst valt hij aan op het aangeboden voedsel. Daarna vertelt onze
nieuwbakken onderduiker over de grote razzia in Rotterdam.

De onderduik
Om Jaap's ouders gerust te stellen wordt door ons contact gezocht met ons
kennisje Henny, die in de Maasstad woont. Als dertienjarige, is zij voorjaar
1940 bij ons geweest als 'Rotterdammertje', na het grote bombardement aldaar.
Veiligheidshalve lichten wij de familie Van Dijk via Henny in. Ook doen we
voorzichtige pogingen om de, toen kostbare, fiets weer terug te geven. Een vage
advertentie wordt in de Gooi en Eemlander krant geplaatst.
____________________________________________________________
Wil dame met pakje, die aan 2 meisjes Zondag 12 Nov. te
Naarden fiets leende, zich vervoegen St. Annastraat 41 Naarden?
_____________________________________________________________
Een reactie blijft uit, zodat Jaap ook zijn koffer met kleren nooit terug ziet.
Naast Jaap hebben we nog drie jonge evacués uit Gennep in huis. Er moeten
dus heel wat monden gevoed worden. Jaap probeert wel behulpzaam te zijn bij
de aanmaak van brandhout. Daartoe worden boomstammen op de zaagbok tot
blokken gezaagd en vervolgens met de bijl gekloofd. Kolen zijn er niet meer en
de gasvoorziening is 1 november gestopt. Ook lost Jaap soms é é n van ons af
bij het eentonige karnen. De room uit de zure melk wordt in een melkbus tot
boter gestampt. Als stamper dient een houten schijf voorzien van gaten,
bevestigt aan een lange stok. Het meeste boerenwerk vergt echter handigheid
en ervaring. Van de kleine hoeveelheid roggeschoven op de slietenzolder, moeten
er regelmatig enkele met de hand gedorst worden. ( hanteren van een dorsvlegel,
een voor de oorlog uitgestorven stiel) In een wan wordt het kaf van het koren
gescheiden. De ratten in het roggestro vreten niet alleen een deel van de oogst
op, ze vervuilen het ook. ‘s Avonds worden dan ook de roggekorrels, bestemd
voor ede ochtendpap, op de tafel uitgespreid. Rondom de tafel zitten de
opgeschoten jongelui, waaronder Jaap, de rattenkeutels stuk voor stuk te
verwijderen. Voor de verlichting zorgen brandende drijvertjes in met
patentolie gevulde schaaltjes, want de elektriciteit is sinds 10 oktober in
Noord Holland afgesneden. Zo samen is het toch nog gezellig. Zelfs oudere
buurjongens, ontkomen aan de Naardense razzia, trotseren de spertijd om
ook aanwezig te zijn. Soms blaast iemand de verlichting uit en geeft steevast
de schuld aan de jongste zoon des huizes. Onder het uitzoeken door wordt er
over van alles gekletst, vooral over het verloop van de oorlog. Soms circuleert
er een illegaal blaadje of een op de Meent gevonden 'Vliegende Hollander'.
De avonden duren echter nooit lang, we gaan vroeg naar bed. 's Morgens,
voor dag en dauw, moet de kostwinner op om de koeien te melken.
Bovendien moet spaarzaam worden omgesprongen met de kleine hoeveelheid
hout voor de kachel. Voor onderduiker Jaap is dit een heel ander leven dan hij in
de stad gewend is.

Onder het paardenvolk
In deze periode hebben de Duitsers van de Vesting een paarden-lazaret gemaakt.
Gewonde paarden worden hier opgelapt. Alle militaire loodsen staan vol paarden.
Een aantal wordt in bruikleen gegeven aan vestingboeren, waarvan de Duitsers
de gezonde paarden gevorderd (gestolen) hebben. Twee van deze
oorlogsinvaliden staan in onze paardenstal. Deze patiënten worden regelmatig
door een militaire veearts gekeurd. Ook oudere Oostenrijkse hospikken van het
paardenvolk houden een oogje in het zeil. Ze komen bij ons niet verder dan het erf
en de stal, maar toch raken we noodgedwongen met hen in contact. Ook onze
onderduiker. De soldaten hebben we wijs gemaakt dat Jaap é é n van de
zevenhonderd evacué es is, die in Naarden zijn ondergebracht. Als HBS-er spreekt
Jaap een aardig mondje Duits. Door zijn branie laat hij zich verleiden tot een
dolle stap. Hij gaat met é é n van de soldaten mee naar het hol van de leeuw, de
Promerskazerne. Na ‘spertijd’ wordt ij teruggebracht. Vol bravoure bluft hij,
samen met de soldaat, nota bene naar de Engelse zender geluisterd te hebben.
Na een wekenlang verblijf op onze boerderij, verlangt Jaap naar huis. Via
de illegaliteit wordt hij naar Rotterdam gebracht. Dezelfde dag waarop Jaap
vertrokken is, komt zijn vader bij ons aan. Hij heeft een afschuwelijke koude
reis achter de rug. Eerst met de boot naar Amsterdam en vandaar lopend naar
Naarden. Als voedsel voor onderweg heeft hij een weckpot met bruine
bonen meegenomen. Twee dagen blijft hij bij ons om bij te komen, daarna
gaat vader Van Dijk op de 'geleende' fiets naar huis.

De rekruut
Na de bevrijding horen we de eerste jaren niets meer van onze onderduiker en
zijn ouders. In het garnizoensstadje Naarden vinden veranderingen plaats. Na de
Duitse bezetters verlaten nu ook de Frans-Canadese bevrijders de Promerskazerne.
Maart 1946 verrijst op het Promersplein een schutting. Men zegt dat in de
'Promers' gevangen SS-ers komen. De gedetineerde NSB-vrouwen uit de
Weeshuiskazerne worden in februari per boot op transport gesteld naar Weesp.
De 'Weeshuis' wordt ingericht om dienstplichtigen op te leiden voor hun 'taak' in
Indonesië. De eerste lichting verlaat 29 oktober Naarden om ingescheept te
worden.
Een neef ligt als dienstplichtig sportinstructeur in de Weeshuis en vertelt dat
bij de nieuwe lichting veel Rotterdammers zijn. En warempel, zondag
17 november staat onze voormalige onderduiker voor de deur (praktisch 2 jaar
na zijn eerste komst). Jaap is rekruut en mag de kazernepoort niet verlaten. Hij
heeft echter een verlofpasje om op eigen gelegenheid een uurtje naar zijn kerk
te gaan (lotgenoten van grotere kerkgenootschappen kennen die vrijheid niet, ze
worden onder geleide afgemarcheerd naar hun kerk). In plaats van de kerk bezoekt
hij ons. In de kamer heft hij een klaagzang aan over de zware opleiding. Zoiets
valt verkeerd bij mijn vader en die zegt: "Ben jij nou een Hollandse jongen?"
Een paar dagen later komen ook de ouders Van Dijk bij ons op bezoek. Ze
willen de kapitein van Jaap spreken over alles wat hun zoon wordt aangedaan.
Bovendien zullen ze alles ondernemen om hun 'enigst kind' in
Nederland te houden. Het gevolg is, dat Jaap voor de tweede maal de dans
ontspringt. Indonesië heeft hij nooit gezien en wij hebben niets meer van hem
vernomen.
__________________________
Bronnen :
- B.A. Sijes: Razzia van Rotterdam
- M. de Gooijer-Post: Brieven aan haar zoon Nico in 1946
__________________________________________
DE OMROEPER, juli 1993, jrg. 6, nr. 3
F.J.J. de Gooijer
http://gooijer.netfirms.com/
http://gooijer.nl.jouwpagina.nl/
_____________________________________________________________________
Zie ook: http://german-occupation.blogspot.com/
_____________________________________________________________________

This page is powered by Blogger. Isn't yours?